Gastblog door Marloes Coenen.

Vechten is wat iedereen dagelijks doet. Tegen angsten, jezelf of vooroordelen, bijvoorbeeld. Het gaat daarbij eigenlijk om het ontwikkelen van mentale weerbaarheid; kijken waar je grenzen liggen en hoe om te gaan met tegenslag. Wanneer je vechten als sport beoefent, loop je tegen dezelfde issues aan als in het dagelijks leven. Alleen is de feedback fysieker en directer en daardoor creëert het een groter effect. Zo ontwikkel je jezelf via de martial arts.

Ik ben een vechter, al noem ik mijzelf liever MMA-er. Mixed martial arts is de oudste Olympische sport; Pankration heette het toen. En ik doe dit al een tijdje. Op mijn 19e werd ik in Tokyo onverwachts wereldkampioen MMA tijdens een open gewichtstoernooi. Ik was net begonnen met een studie Kunst- en Cultuurwetenschappen toen het universum mijn leven omgooide.

Nu, we schrijven 16 jaar later, ben ik aan het einde van mijn sportcarrière gekomen en kijk ik terug op een mooie en heftige tijd waarin ik mij op fysiek en mentaal vlak heb kunnen ontwikkelen.

Nadat ik in 2000 kampioen werd, ben ik als een dolle gaan trainen zonder goede begeleiding. Dat leidde tot overtraindheid en liep daarbij het Pfeiffer-virus op. Niet alleen was ik moe, ook kreeg ik last van spiercontracties waarbij ik shakend in bed lag, schuddend met mijn hoofd en als ik stond zakte ik door mijn benen. Jarenlang heb ik het medische circuit doorlopen, hopend op een antwoord wat er toch met mij aan de hand was. Ik stond oververmoeid in de ocatagon te vechten, trainde door mijn misselijkheid (van vermoeidheid) heen met overgeefsel in mijn mond, lag shakend op de mat als ik weer eens te ver was gegaan. Door moest ik, er brandde een vuur in mij dat niet te stoppen was.

Eind 2012, in voorbereiding op een wedstrijd in Japan, constateerde een neuro-psycholoog dat ik overtraind was. Ik antwoordde dat niemand meer dan 10 jaar overtraind kon zijn. Zijn droge antwoord toen hij naar mij keek, was “blijkbaar wel”. Dat zette mij aan het denken en niet veel later kwam ik ‘toevallig’ in contact met Leon Bemelmans.

De eerste behandeling bij Leon was overtuigend. Terwijl ik op de bank lag, verdween het grijze gevoel uit mijn hoofd en leek het alsof een lichtje aan ging. Een helder, zachte, bijna niet waarneembare energie kwam er voor in de plaats. Bij een later bezoek vertelde Leon dat mijn heup scheef stond en dat het diafragma ook weer recht gezet moest. “Zo, die blokkade is verdwenen”, zei Leon. Ik luisterde naar hem maar wist niet wat ik er van moest denken. Wat ik vergeten was, was dat twee weken daarvoor een manueel therapeut had geconstateerd dat diezelfde heup scheef stond. Nog vreemder was dat in de trein terug naar Amsterdam de plek van het diafragma dat Leon had behandeld meer dan één uur aan één stuk door trilde; met korte tussenpozen van een seconde of 2. Nooit eerder had ik dat ervaren.

Een andere keer liet Leon mij zien hoe hij energie kon sturen. Hij plaatste een houten bouwsel van twee verticale plankjes waarop een derde plankje rustte, op tafel. In het middel van het derde plankje was een gaatje geboord, waar een pendel doorheen stak en het uiteinde daarvan was verbonden met twee koperkleurige draden. Hij legde zijn vingers er op en de pendel zwiepte heen en weer. “Nu laat ik het rond gaan.” En jawel, de pendel ging rond. Zo ging het ook harder en zachter op Leons commando. Ik was al vaak behandeld en wist dat het hielp maar toch wilde ik het zelf proberen. Je weet maar nooit. Ik legde mijn vingers op de koperen draadjes, precies zoals Leon had gedaan. Ik focuste. Niets. De pendel hing doodstil. “Marloes”, zei Leon, “ik leg nu mijn handen op jouw schouders en stuur de energie door jou naar de pendel toe.” En warempel, de pendel bewoog! En precies als voorheen ging dat ding op commando van Leon alle kanten op. Prachtig was het!

Leon is voor mij van grote waarde, zowel op mentaal als fysiek vlak. Ik heb in de loop der jaren veel verschillende medische disciplines betrokken in mijn zoektocht naar een goede gezondheid. Sommigen meermaals voor second opinions. Ook het alternatieve circuit heb ik flink doorgespit. Ik merk dat Leon voor mij de oplossing is voor mijn ‘energie-probleem’ en hij op het mentale vlak van grote meerwaarde is. Leon is een elite-atleet in zijn discipline en ik hoef niet meer verder te zoeken naar een andere kampioen.